STREEKARCHIEF
 >
Archeologie op Voorne-Putten
LAATSTE NIEUWS
Het archief is gesloten op de volgende dagen:
Bijna 50.000 pagina's Bevolkingsregisters geïndexeerd!
De afgelopen maanden zijn duizenden aanvullingen toegevoegd
De online collectie is uitgebreid met ruim 1000 historische kaarten
pag01
- Impressie van een IJzertijdboerderij 
 
Een paar duizend jaar voordat Voorne-Putten werd bedijkt, woonden er al mensen op de veengronden en de hoger gelegen klei- en zandgronden langs rivieren en kreken. Eerst leefden ze van de jacht, visvangst en het verzamelen van plantaardig voedsel. Later begonnen ze landbouw te bedrijven en bouwden ze boederijen op hoger en droger gelegen plekken in het landschap.

Door de eeuwen heen veranderde het landschap. Door veengroei werden grote gebieden voor korte of langere tijd ontoegankelijke moerassen, zodat grote oppervlakten onbewoond bleven. Ook de zee en de rivier stelden de bewoners van tijd tot tijd op de proef. Wateroverlast maakte het onmogelijk het land te bewerken, waardoor de bewoners wegtrokken om elders een bestaan te vinden. 

pag02












- Dwarsdoorsnede van de grondlagen

In de verschillende grondlagen is de ontwikkeling van het landschap terug te lezen. Kleilagen zijn het gevolg van die overstromingen en veen ontstond in tijden waarin moerassen het gebied bedekten. In feite is veen niets anders dan dode plantenresten, die onder water niet kunnen verteren. Aan de grondlagen is dus af te lezen hoe het landschap er in een bepaalde periode uit zag en of er al dan niet bewoning plaats vond.
 
pag03

- GIS-toepassing BOORIS

Door jarenlang onderzoek kunnen archeologen van het BOOR vaak heel goed aangeven hoe groot de kans is op oude woonplaatsen en vondsten. Dankzij de grondboringen die in de loop der jaren zijn verricht is een duidelijk beeld ontstaan van de geologie van Voorne-Putten. Daardoor is bekend waar zich vroeger bijvoorbeeld de hoger gelegen plekken langs kreken bevonden. Al deze informatie is verwerkt tot een ‘waardenkaart’, waarop staat aangegeven waar hoogstwaarschijnlijk waardevolle archeologische terreinen liggen.

pag04
- De resten van een boerderij: houten palen, vlechtwerk en liggers

Soms worden archeologisch interessante plekken ook bij toeval gevonden, zoals in 1990, toen tijdens het onderhoud van slootkanten in de Brielse polder Veckhoek aardewerk uit de Romeinse tijd werd gevonden. Tien jaar later werden om dat terrein opgravingen verricht, omdat er een bedrijventerrein kwam. Daarbij ontdekten de archeologen van het BOOR de houten resten van een grote boerderij met woon- en stalgedeelte en een aparte voorraadschuur (een spieker).

 
pag05
- Vooraf worden kansrijke gebieden met boringen onderzocht op de aanwezigheid van belangrijk archeologische lagen

Als het nodig is vinden altijd voorafgaand aan nieuwbouwprojecten booronderzoeken en opgravingen plaats. Dat is wettelijk vastgelegd. Begin jaren negentig werden in Spijkenisse plannen ontwikkeld om een jeugdgevangenis te bouwen aan de westzijde van het Hartelpark. De bodem zou hierdoor ernstig verstoord raken en omdat er een grote kans was op waardevolle archeologische gegevens werd besloten eerst een onderzoek uit te voeren.

 
pag06
 - Vooraf worden kansrijke gebieden met boringen onderzocht op de aanwezigheid van belangrijk archeologische lagen

Op het bouwterrein van de jeugdgevangenis werd een nederzettingsterrein aangetroffen uit de Late ijzertijd (ca. 200 v. Chr.). Op een hooggelegen oeverwal langs een geul lagen de resten van een boerderij van 3,7 bij 12 meter. Daarbij was ook de vondst van een smeltkroes erg bijzonder. Hierin werden metalen als koper en brons gesmolten om er sieraden, gereedschappen of wapens van te maken.

pag07
- Een opgraving aan de Langestraat in Brielle met veel belangstelling

In dorps- en stadskernen op Voorne-Putten wonen al vanaf de 13e eeuw mensen, zodat de kans op vondsten daar erg groot is. Opgravingen op die plekken hebben in de loop der jaren dan ook al veel bijzondere bouwwerken en voorwerpen opgeleverd. Aangezien archieven uit die tijd bijzonder schaars zijn, vormen vondsten uit de (vroege) middeleeuwen een belangrijke aanvulling en soms zelfs de enige bron om de middeleeuwse geschiedenis beter te begrijpen.

pag08
- Rechtboek van Jan Matthijssen

In het stadsarchief van Brielle bevinden zich prachtige bronnen om iets te weten te komen over hoe mensen honderden jaren geleden leefden en hoe de stad eruit zag. In het rechtboek uit 1421 staan wetten, zodat we weten wat de poorters (de stadsbewoners) in die tijd wel of niet mochten doen. En een oude akte uit 1342 spreekt over de stadsmuur die Brielle heeft gebouwd. Nu, ruim 750 jaar later, lijkt er niets meer van die stadsmuur bewaard te zijn gebleven, maar schijn bedriegt…

pag09
- De fundering van de stadsmuur, met steunberen (rechts). De bakstenen links van de muur zijn van gebouwen uit later tijd, nadat de muur was gesloopt

In april 1998 werd namelijk een opgraving gestart op een terrein tussen de Langestraat en de vestingwallen. Hier zijn over een lengte van ruim honderd meter de fundamenten van de stadsmuur blootgelegd. De plaats, de afmetingen en de bouwwijze van de muur met steunberen kon precies door het BOOR in kaart worden gebracht; ook werd een vijf meter brede doorgang aangetroffen. De opgraving bood weer nieuwe inzichten in de geschiedenis van de verdedigingswerken van Brielle.

 
pag10
- Impressie van de opgraving van de stadsmuur

De doorgang in de muur was een onverwachte en zeer interessante vondst. In de opening werden brokstukken van een gemetselde boog aangetroffen. De doorgang zal dus overwelfd zijn geweest. Aan weerszijde van de opening werden de resten van houten palen gevonden. Die zijn met dendrochronologisch onderzoek gedateerd op circa 1360.

pag11
- Tekening werking dendrochronologie

Dendrochronologisch onderzoek richt zich op de jaarringen van houten voorwerpen. Door afwisselend koude en warme zomers groeien bomen het ene jaar sneller dan het andere. Die afwisseling is af te lezen in de dikte van de jaarringen. Door de jaarringen met elkaar te vergelijken hebben onderzoekers een jaarringcurve gemaakt, die het mogelijk maakt een patroon van smalle en brede ringen te koppelen aan een bepaalde periode. Zo is bepaald uit welke tijd de houten palen bij de Brielse stadsmuur stammen.

pag12

- Opmeten en intekenen van vondsten

Op het moment dat een opgraving wordt verricht, raakt tegelijkertijd het bodemarchief onherstelbaar beschadigd. De grondlagen en de zich daarin bevindende sporen en vondsten worden immers uit hun oorspronkelijke context gehaald. Het is dus noodzakelijk dat tijdens de opgraving alles zo goed mogelijk wordt  gedocumenteerd, verzameld, opgemeten en gefotografeerd. Op die manier wordt feilloos vastgelegd hoe de situatie werd aangetroffen.

 
pag13

- Kijkje in het depot

Alle opgegraven voorwerpen worden zorgvuldig bewaard in een depot, waarin de temperatuur en luchtvochtigheid optimaal geregeld worden. Eerst moeten de vondsten echter worden gewassen, genummerd, gerestaureerd en eventueel geconserveerd. Dit betekent dat kwetsbare voorwerpen worden behandeld met chemicaliën om de houdbaarheid te verbeteren. Zo kunnen de vondsten ook in de toekomst worden gebruikt voor bijvoorbeeld tentoonstellingen of nader onderzoek.

 
pag14
- Foto fluit / tekening meisje met fluit

Na een opgraving wordt op basis van alle gegevens een opgravingsverslag gemaakt, zodat alle belangstellenden en collega-archeologen kunnen nalezen wat er werd gevonden. Hierin staan bijvoorbeeld ook de resultaten van dendrochronologisch onderzoek. Het bodemarchief zelf bestaat niet meer, maar aan de hand van alle gedocumenteerde gegevens is het mogelijk een reconstructie te maken van het dagelijks leven in voorbije eeuwen.


Archeologie is voortdurend in ontwikkeling. Nieuwe technieken en methoden verfijnen het onderzoek voortdurend. Het cultureel erfgoed dat zich nog in de bodem bevindt, wordt bovendien tegenwoordig beter beschermd. Op 1 september 2007 werd namelijk de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht, waardoor de Europese regels uit het Verdrag van Malta in Nederland zijn doorgevoerd. Hiermee wordt geregeld dat bij grondverstorende werkzaamheden de archeologische waarden worden veiliggesteld. Archeologie is tegenwoordig verankerd in het proces van Ruimtelijke Ordening.Het behoud en het onderzoek van het archeologische erfgoed is daarmee beter geregeld.