Nadat Geervliet in 1381 stadsrechten kreeg toegekend, werd een jaar later begonnen aan de bouw van de allereerste molen op die plek. Deze werd uit steen en hout opgetrokken en twee jaar later in gebruik genomen. Hoog op de stadsmuur, met de wieken pal op het westen had de molen een perfecte locatie en profiteerde volop van de wind.
De bronnen geven een kijkje in het leven en werken van de molenaars, hun financiële handel en wandel en de werkzaamheden aan het onderhoud van de molen. Een van de aardigste vondsten in de bewaard gebleven archiefstukken dateert uit 1422, toen melding werd gemaakt van een bijzonder ongeluk: de ‘nyeu muelenroede van Geertvlyet' was te water geraakt en dreven weg ‘tot aen die duynen. Gheerijt Jacobssoen deed se overalle soeken ende hi contse niet vinden'. Een storm had waarschijnlijk het onderdeel van de wiek weggeblazen, waarna het spoorloos was verdwenen.
Tegen het einde van de zestiende eeuw werd de oude molen vervangen door een nieuw exemplaar van hout. Op 12 juni 1851 brandde deze molen vrijwel volledig uit. De herbouw werd onmiddellijk daarna aangevangen door naar alle waarschijnlijkheid Dirk David van Deijk. In 1947 werd de molen buiten gebruik gesteld en na restauraties in de jaren vijftig en zeventig is het ingericht als restaurant.