Ongelooffelelijcke wreetheijt en moorderije
De populaire chirurgijn Damiaen van Cruyskercke trad op 4 oktober 1622 in het huwelijk met Maarijtge Willemsdochter. Maarijtge kwam uit Delft, was weduwe en had haar kinderen reeds op jonge leeftijd verloren. In Brielle wilde ze een nieuwe start maken en aanvankelijk waren het gelukkige jaren, totdat Damiaen in 1627 ziek werd. Ondanks de medicijnen overleed de Brielse chirurgijn en Maarijtge bleef wederom alleen achter.
In de zomer van 1628 trouwde Maartijge opnieuw, dit keer met ene Jan Jansz., een wever die bij haar was ingetrokken. Dit bleek allesbehalve een gelukkig huwelijk te zijn, al na een maand was er slaande ruzie en krap twee maanden later overleed Jan. Dit wekte alom wantrouwen. Jan was een gezonde kerel en aangezien hij nooit ziek was geweest, was zijn onverwachtse overlijden op z'n minst verdacht. Er kwam een stroom geruchten op gang: Maarijtge zou een dag eerder rattengif hebben gekocht. De baljuw en schepenen besloten sectie op het lichaam te laten verrichten en daarbij werd inderdaad een ‘seeckere quantiteyt rattecruyt' aangetroffen.
Maarijtge werd opgepakt en gehoord. Er waren geen
martelwerktuigen nodig om haar aan het praten te krijgen. De
verschrikkelijke bekentenis
verbijsterde de baljuw. Maartijge had Jan inderdaad vergiftigd, want het
huwelijk met hem bleek een vergissing en zijn dood de eenvoudigste
oplossing. Bovendien
bekende ze Damiaen te hebben vermoord, want toen de chirurgijn op een
dag ziek
was, mengde ze rattengif met het medicijn en diende hem de rest toe via
een
maaltijd, die zij voor haar zieke man had gekookt. Nog diezelfde week
was
Damiaen van Cruyskerken overleden.
Maar het bleef niet bij die twee mannen. Ook haar echtgenoot Abraham Pietersz uit Vierpolders had ze bier met rattengif voorgezet en in haar vorige woonplaats Rotterdam had ze onopgemerkt vier mannen op vrijwel identieke wijze om het leven gebracht.
Naast haar echtgenoten, hadden ook haar acht kinderen het moeten ontgelden. De kinderen had ze na vijf weken tot anderhalf jaar na de geboorte pap met rattengif gevoerd. Een van de redenen, ‘omdat tzelve kindt altijt syek' was.
Het was voor Brielle een unieke misdaad en het vonnis luidde de doodstraf. Op de Markt voor het raadhuis werd een brandstapel opgericht, waar ze "levendich (werd) verbrandt tot assche ende polver".
<< terug