STREEKARCHIEF
 >
Vlasteelt in Zuidland
LAATSTE NIEUWS
 In verband met Hemelvaart is het archief op donderdag 17 en vrijdag 18 mei gesloten!
 Regelmatig wordt de database uitgebreid. Onlangs nog met 1200 foto's van Rockanje en diverse historische films
 20.000 scans uit de DTB-boeken staan nu online. Zie 'Zoeken in Collecties' - 'Bladeren door scans'.
 De Bevolkingsregisters zijn weer op de studiezaal te raadplegen. Medio 2012 zullen alle delen online staan

Een jaar vlasteelt in Zuidland

19._vlasteelt De arbeiders op het platteland waren gedurende de zomermaanden vrijwel altijd verzekerd van voldoende werk, want het wieden van onkruid en het binnenhalen van de oogst was vóór de invoering van landbouwmachines erg arbeidsintensief. Maar zodra de akkers leeg waren, brak voor veel arbeiders een werkeloze en armoedige winter aan. De vlasbewerking was daarom een ideale manier om de arbeiders in de winterperiode van werk te voorzien en uit de bedeling te houden. Zuidland had in deze regio de grootste vlasindustrie in de regio en om de gang van zaken rond de vlasteelt toe lichten wordt hier het seizoen van 1875 nader bekeken.

In de eerste maanden van 1875 was men druk bezig met het bewerken van de oogst van het voorgaande jaar. ,,Het zwingelen van het vlas, hetwelk alhier gedurende den wintermaanden de voornaamste bron van inkomsten voor den werkman uitmaakt, zal dit jaar  reeds met ultimo februari zijn afgelopen. De kwantiteit en kwaliteit is dit jaar ongunstig en de verdienste der vlasarbeiders beloopt van f 4 tot f 7 per week'', meldde de Nieuwe Brielsche Courant van 11 februari 1875. Het zwingelen was de bewerking van het vlas, waarbij de vezels van het stro werden gescheiden. Korte vezels werden gebruikt voor het spinnen van touw en grove garens; de fijne, lange vezels leverden na verdere bewerking het fijnste linnengaren op.

Er waren verschillende soorten vlas, die op verschillende tijden werden gezaaid. Het vroege vlas was door het wisselvallige weer nog erg kwetsbaar. In april 1875 vroor een aanzienlijk deel van de vroege vlasteelt kapot, ‘zodat het mooi van dat gewas veloren is'. In juni was het vroege vlas uitgegroeid en konden de boeren de stand van zaken opmaken: het vlas bleek kort en dun. Het laat gezaaide vlas had zich dankzij een gunstige periode met regen goed hersteld en was van iets betere kwaliteit. De opbrengst van diverse akkers was bij voorbaat al voor f 400 tot ruim f 500 per hectare verkocht.

De zomermaanden waren in Zuidland voor de arbeiders bijzonder ongunstig. Door de langdurige droogte viel er weinig onkruid te wieden, zodat veel arbeiders waren vertrokken naar Rozenburg, Hoek van Holland en het Westland. De werkdagen strekten zich in die tijd uit van ‘s morgens vijf tot 's avonds zes uur, en de daglonen bedroegen voor de mannen zeventig en voor de vrouwen zestig cent.

In augustus kon een begin worden gemaakt met de oogst van het vlas. Net als het vorige jaar werd de opbrengst als teleurstellend beschouwd. Het Verslag van den Landbouw over 1875 meldde: ,,de vlasserij was nog minder goed dan het vorige jaar. Het vlas heeft veel geleden door vorst, droogte en zogenaamde kwade koppen.'' Dus ook ziekte had de vlasplanten aangetast.

De grootste ramp voltrok zich echter op zondag 31 oktober 1875, toen Zuidland door een regelrechte ramp werd getroffen. 's Avonds brak er brand uit in een vlasschuur en de drie onmiddellijk uitgerukte brandspuiten van Zuidland konden het laaiende vuur niet blussen. Ook met de hulp van de spuiten uit Oudenhoorn, Heenvliet en Abbenbroek lukte het pas de volgende ochtend de brand meester te worden. Intussen waren zeven huizen, zes schuren en een grote partij vlas aan de vlammen ten prooi gevallen. ,,Met kommer ziet een 40 a 50-tal nijvere handen zich dezen winter beroofd van werk, aangezien de voorraad vlas bestemd was om die lieden dezen winter van het zoo noodige te voorzien. 16 huisgezinnen zijn van woning beroofd, en zijn door tusschenkomst van edele menschenvrienden, liefderijk opgenomen, Arme menschen!''

<< terug